Niqaab

23 Maart 2012



Op de eerste lentedag van het jaar loop ik door Park Frankendael. De zon is wakker geworden na maanden zwijgen; hij verwarmt de natuur die ontwaakt in een kakofonie van vrolijkheid. Een moedereend heeft al drie kuikentjes, die zich, onwennig jegens de wereld, tegen hun moeder aan vlijen. In het moeras staat een reiger, met zijn hoge poten in het laagje water gestoken, te wachten tot een visje langs zwemt. Ik loop over de houten hangbrug Jeruzalem in.

In het straatje daarachter floept opeens een meisje uit een der typische Jeruzalemhuisjes. Ze is een jaar of 3 en van top tot teen gehuld in een zwarte niqaab, net als haar moeder die erachteraan komt op haar beurt gevolgd door vermoedelijk de vader. Mijn hart stokt. Nu ik Fatima Elatik in het echt op het Blogbal heb mogen meemaken is mijn hoofddoekallergie wat minder. Maar een een meisje van 3? In een niqaab?

Het kleutertje rent naar een jongeman, ook een Marokkaan, die de straat in komt lopen. Hij loopt bedrukt. Hij heeft het verlopen gezicht van de vroeg geknakte, van de onintelligente mislukkeling. Hij lijkt zich te slepen naar het drietal. Gaat het hier om verplicht familiebezoek? Is hij de grote broer van dat kleine schepsel?

Het geheel heeft iets mistroostig. Met geen mogelijkheid kun je er iets leuks aan zien. Met geen mogelijkheid zou je willen ruilen met dat meisje. Zij is zielig. Ze groeit op in het bedrukkende klimaat van ver doorgevoerde religiositeit, met de daarbij behorende geborneerde wereldbeeld en opvoedingsmaatstaven. Zij zal dat trauma haar hele leven met zich dragen. En als zij gaat puberen, en op een jongen valt die geen moslim is, wat voor lot wacht haar? Opeens staat de gedeprimeerde jongeman in een grimmiger daglicht: hij kan zomaar de man zijn aan wie zij uitgehuwelijkt is.

De zon gaat onverstoorbaar door met blaken. Ik hervat mijn wandeling. Het is de eerste lentedag van het jaar.  


Op AT5 gepubliceerd.


- Aanraders -