Floor

2 April 2011



Floor van der Wal, com├ędienne, mooi, slim, vrolijk en grappig. Ik zie haar nog voor me in Toomler: "Normaal ben ik spastisch maar nu ben ik gewoon dronken!"

Dat bezoek aan Toomler was het verjaardagscadeau van mijn oudste zoon. We hadden even op hem moeten wachten, maar hier kwam hij binnen lopen, een lange blonde krullenbol in een zwarte pij - een weddenschap: hij zou een maand lang in priestergewaden lopen, de tegenpartij moest een maand lang alle berichten van vrienden van vrienden beantwoorden op Facebook. Zij zijn jong, zij hebben lol.

Floor is doodgereden. Zij zal nooit meer optreden, we zullen nooit meer om haar lachen. De politie vraagt getuigen zich te melden die de dader eerder op roekeloos rijgedrag hebben betrapt. Ik wil me graag melden. Die jongen heb ik de avond ervoor nog weten te ontwijken toen hij van de Dappermarkt afkomend de Linnaeusstraat opstormde. En de avond daar weer voor, schepte hij me net niet van het fietspad op de Mauritskade. Nu u het zegt, elke avond is het raak. Elke avond op mijn werk-woonverkeer krijg ik hartaanvallen van zijn bolides - hij heeft er meerdere, altijd van die kekke snelle autootjes-, die uit het niets met een helse snelheid op je afdoemen, met die breeduit lachende jongens erin met kort geschoren haar. Scheuren door de woonwijken, scheuren waar scholen zich bevinden, scheuren in het winkelgebied, scheuren overal waar je kan. In plaats van te remmen trap je nog even het gaspedaal in, omdat het kan, nog heel even.
Zo vaak ben ik verschrikt gestopt, mijn hart vastgehouden. Het zijn jonge jongens, die op een leeftijd dat wij op roestige fietsen voortploeterden, status eisen, dus blik, glanzende blik, met veel pk's. Ze hebben geen idee. Ze doen stoer. Ze staan er niet bij stil. Het zijn jongens met het gevoel dicht op de lippen: als hen of hun 'broeders en zusters' iets overkomt, dan is het land te klein. En toch blijven ze scheuren. En als ze een lief meisje meesleuren, dan rijden ze door, want ze fietst, ze is alleen buiten op dat uur, ze heeft blond haar, ze draagt geen hoofddoek, ze hoort niet bij de 'broeders en zusters', ze telt niet, ze is een hoer, ze moet deaud.

Ik denk aan Floor, ik denk aan mijn kinderen. Zij zijn bijzonder, zij was bijzonder. Ik ben bang voor ze. Ik wou dat ik met mijn toverstok de snelheid van de stad kon beperken. Ik wacht op een techneut die dat op afstand kan doen, met gps-technologie bijvoorbeeld. Ik heb gehoord dat het kan. Ik hou mijn hart vast en ik wacht.




Tip van Oud Zeikwijf: Gemeente Amsterdam, geef elke statusgevoelige puber bijtijds gewoon een fiets.



Deze column is eerder op AT5 gepubliceerd.