Zomer in Amsterdam Centrum

7 Augustus 2011



17 uur. Het is windstil. De stad ligt verdoofd in afwachting van de hoosbui die komen gaat. Het licht is minder – geen vuurwerk van de zon op het water dit keer –  maar het geluid maakt veel goed. Het geluid wordt gecoat, het stadslawaai ingepakt in een wollig omhulsel. De meeuwen, de eenden, de klok van de kerk klinken mooier, als losse belletjes die zachtjes in je oor kruipen. Zelfs het geblèr van de scooters die over de brug sjezen bereiken je in afgezwakte vorm.

Er drijven vier meeuwen op de gracht, en drie eenden, waar het er normaal van wemelt. Een meeuw houdt het voor gezien en vliegt krijsend op. De rest wacht eventjes, dan volgt er eentje haar voorbeeld. Spoedig blijft er maar één over eenzaam te dobberen; dat houdt ze een halfuur lang. Waarom volgt ze haar soortgenoten niet? Wacht ze nu al op de Turkse overbuurman, die elke dag laat op de avond zijn overtollig brood over het balkon kiepert? Tegen die tijd zijn het er hordes, meeuwen, die zich stilletjes onder zijn raam hebben verzameld. Wanneer hij begint te gooien zullen ze in hysterisch gekrijs uitbarsten.

Onder het balkon woont een echtpaar meerkoeten. Ze hebben daar uit drijvend vuil een vlotje gemaakt, waar hun eitjes hebben gelegen. Als het brood uit de hemel valt proberen ze uit alle macht hun territorium te beschermen tegen de meeuwen, die, gek van begeerte, zich in groten getale op het drijvende baksel storten. De meerkoeten willen echter ook wat brood, dat ze van tussen de gevaarlijke snavels der zeevogels zullen moeten wegkapen. Het is een dun koordje war ze op balanceren, tussen hebberigheid en veiligheid.

Zover is het echter niet. Het geheel baadt nog in ongewone stilte. Twee groene Amsterdamse parkieten sprinten hoog in de lucht en met gekwetter van flat tot flat. Een paar bijen, model horzels, doen zich te goed aan het verrukkelijke nectar der bloemen in de tuin van mijn buurvrouw. Ze slaan het kostelijk goedje op in twee gele boodschappentassen. Als ze weer eens korfwaarts over je heen wegvliegen kun je die tassen zien bungelen aan hun achterpoten.

Dit is “het weer van alle mensen”. Waarom driekwart van mijn stadgenoten nu juist op de vlucht slaat is mij een raadsel.



Ook op Nurks gepubliceerd.

- Aanraders -

Stalen rossen met de snelheid van het licht

Al is Amsterdam geen ijzingwekkende megapool geworden à la Brasilia of Tokio, het dorpie met internationale allure van de jaren 80 is het definitief niet meer. Het barst uit zijn voegen. Ik ervaar dat het meest in het verkeer. De fiets was zonder meer één van de redenen w...

(lees meer)

De 15

Bus 15 was de langste lijn van Amsterdam. Hij kronkelde door zowat heel de stad. Je hoefde je ook nooit af te vragen "Welke bus moet ik ook weer nemen?" want als je de 15 nam, dan zat het goed. Het was slechts een kwestie van tijd: hoe lang moest je blijven zitten voordat de 15 jouw halte aandeed. M...

(lees meer)

Democratie

Tegen half elf hadden Mijnheer OZ en ik genoeg van TV kijken en wilden naar het Waterlooplein lopen om te zien wat Willempjeprik was. 'Nemen we de fiets' opperde Mijnheer OZ. 'Zullen we dat wel doen? Je komt er toch niet in?' Ik had nog vers in het geheugen dat...

(lees meer)

Ik aai mijn 8-jarige zelf

Ik aai mijn 8-jarige zelf. Mijn wangen voelen wat droog, het vet is onder de kin gaan kruipen. Het veert niet meer zo mee. “Kijk wat je geworden bent” ik praat tegen mijn 8-jarige zelf “wat vind je ervan? Wij werken, en daarnaast zijn wij blogger. Wat vind je van onze man? Is ie knap? En lief?...

(lees meer)

Twee tokkies op een bank gezeten

Onze voorraad laoganma, de verrukkelijke Chinese sambal die we overal op kwakken - die met pinda's niet die met zwarte bonen - begon danig te krimpen. Ik gooide mijn poncho over mijn kloffie, pakte mijn krukken, en we zetten de gang in naar de toko van het eeuwig vrolijke Chinese echtpaar op de ...

(lees meer)

Het Meer

Heb ik al gezegd dat ik van het IJsselmeer hou? Een paar jaar geleden zag ik bij de lijstenmaker een klein schilderij hangen, van drie platbodems op een stukje open water. ‘Het IJsselmeer,’ zei ik. ‘Dat is beslist het IJsselmeer.’ De ambachtsman was daar niet van onder de indruk, het kon ...

(lees meer)

Een zomerdag op het Nederlandse platteland

Vakantie op het Nederlandse platteland, zonovergoten, heerlijk. Ik lig in het kort gemaaid gras, turend naar de obsceen blauwe lucht. Allerlei vogels krijsen hysterisch in allerlei bomen, vliegen zoemen, een hommel zuigt aan een bloem, langdurig, onvermoeibaar. Of is het steeds een andere? Een vogel...

(lees meer)

De baby-olifant in Artis

Warm gemaakt door het verslag van Sylvia Witteman spoedde ik me zodra ik even kon naar Artis om de baby-olifant te zien. De olifanten, een moeder, haar puberdochter en de baby, hadden een nieuwe tuin gekregen, naast hun oude, die nu diende als nachtverblijf. De nieuwe tuin was royaal van opzet: e...

(lees meer)

Ontruiming

Het is stralend oktoberweer op deze 1ste november. De platanen van het Kwekkeboompleintje hebben hun goudkleurige tooi opgezet. Onder hen staan twee pantservoertuigen geparkeerd, en daartussen een busje van Ruitenheer Calamiteitendienst – met ruitjes op de i’s, dat spreekt. Ze zijn een gekraakt ...

(lees meer)