Unplugged

1 September 2008



Nanotechnologie maakt het binnenkort mogelijk ruimtelijke voorwerpen (dingen, mensen) onzichtbaar te maken. Met behulp van minieme spiegeltjes wordt de lichtstraal die zo'n object normaliter terugkaatst naar ons oog, omgeleid tot achter het obstakel, waar het zich weer samen bundelt. Ergo onzichtbaar ding.

Mij boeit het niet. Als ik iets niet wil zien sluit ik mijn ogen. Ik kan ook uitstekend selectief kijken. Sinds de stenen kolossen die ze flats noemen zijn verrezen aan de overkant van mijn lieflijk grachtje, zie ik ze niet. Ik heb ze weggevaagd uit mijn blikveld. Voorgoed.

Kon ik dat maar met mijn oren! Onhoorbaarheid... Dat is wat ik wil. Ik hou van stilte. Dat wil zeggen, van de douceurs van het geluid der natuur. Er mag ook een brommer of een snelweg door mijn geluidskaart heen gaan, als die maar ver en gedempt is. Alles waar harde ritme of schikeffekt in zit verstoort mijn leefruimte. Dus ook de versterkte muziek die men overal om me heen laat schallen met de ramen open. Op mooie zondagmiddagen valt niet meer in de buitenlucht uit te rusten, en zelfs binnen is het de vraag: je kan immers geen frisse lucht meer binnen laten zonder dat golven van onophoudelijk gillende pubers en bonkende house-beats je hart doen omslaan. Eens vroeg ik beleefd aan mijn nieuwe puberbuur of hij het geluid wat zachter kon zetten. Ik kreeg een preek: ik diende me onmiddellijk naar de heide te verplaatsen om aldaar in een hut te gaan wonen. Dit advies heb ik ter harte genomen. Van de vakantie ben ik inderdaad naar het desolaatste platteland verkast in de hoop de profetie van de jongeling te zien uitkomen. Ik kwam van een koude kermis thuis: de plattelanders bleken niet alleen de ruimtelijke ruimte volledig te benutten maar ook de ether om zoveel mogelijk kabaal er door heen te sturen. Niets gaat daar meer zonder oorverdovend lawaai: van de loeiharde radio van de paardenstallen tot de Amerikaanse grasmaaier van de gepensioneerde arts. Het is alsof er een wet in werking treedt: het gebod om je buren hoe ver ook oortechnisch zoveel mogelijk te hinderen.

Mij kan het opraken van de oliereserves maar niet snel genoeg gaan. Een wereld zonder knallende motoren! Handmatig gereedschap, hamers, bijlen, handzagen! Boten met fluisteraandrijving! Geluidloze file voor mijn raam! Zelfs geen file meer, geen auto, nix dan eindeloze stilte doorbroken door het geschreeuw der meeuwen, het gekwaak der eenden en het geklap van de paardentram. Eindelijk het geschuif van de wind in de stad kunnen horen. Hemel op aarde.

Ik heb me verwonderd om de nieuwe generatie, zelf in staat tot het produceren van hoeveelheden lawaai waar ik u tegen zeg, zonder ervan een spoor van hinder te ondervinden. Ik vroeg mijn zoon:

-Hoe doen jullie dat?

-Met tegengeluid.

-Iieuw! tegengeluid is ook geluid, wat Gongsun Longzi er ook van zegt. Hoe bereik je stilte?

-Met Bose Antigeluid Koptelefoon.

-?

-En met webradiostations waar de hele dag regen te horen valt. Of het gezang der vogels. Of...

Zucht. Gewoon unplugged naar de werkelijkheid zitten luisteren zonder dat deze je naar de keel grijpt, dat zit er niet meer in. De gerobotiseerde mens is een feit, daar hebben we geen nanotechnologie voor nodig.