Robodock

11 Juni 2012




“KOM NIET MET DE AUTO” staat pontificaal op de site van Robodock het festival op het ADM-terrein. Waarmee dan wel? Het is een pokke eind fietsen naar het extreme Westen en bovendien stormt het als de neten. Of je moet de pendelbus vanaf Slotervaart nemen – ook een pokke eind. Toch met de auto van Mijnheer Oud Zeikwijf dan maar.

De rit ernaar toe is een avontuur op zich, door immense vlaktes van industriële aard, mega constructies (hijskranen, olie-opslag etc...) die, als ze geen economisch verantwoorde functie hadden, best voor Kunst zouden kunnen doorgaan.

Op de plek des onheils blijkt er een heuse parkeerplaats te zijn, compleet met bewaking. We lopen naar de ingang. De weg voert ons tussen verzamelingen stacaravans: Roma's. Daarom de waarschuwing om niet met de auto te komen! De organisatie dekt zich alvast in tegen mogelijke schadeclaims.

Wat het eerst opvalt zijn de bezoekers. Mijnheer Oud Zeikwijf en ik hebben een figurencollectie – we verzamelen gekke figuren in de stad. Onze collectie is hier in één klap honderd exemplaren rijker. Het spektakel is verbluffend, het decor uitbundig van narigheid. Tableaux vivants van bizarre gedaantes (met soms een hoog living-statue-op-de-Dam-gehalte), veel reusachtige kunst van roestig ijzer, shabby geklede schimmen die gek uit hun ogen kijken (allebei onontbeerlijk bij theater op zulke festivals: shabby en de gekke blik in de ogen), groots vuurgespuw: Dogtroep après la lettre, de Insekten Sekte, het Festival of Fools. Een wandelend orakel, een clochard-waarzegger, sjokt achter zijn ouderwetse kinderwagen waarin een pickup genesteld is. Hij vraagt de voetgangers: “Do you have a question about the life hereafter?” Ja, iemand heeft een vraag: “Wat voor muziek klinkt er in het hiernamaals?” Het orakel werpt de teerling, telt de ogen, haalt uit zijn afgeraffelde weitas een corresponderend vinyl single te voorschijn, dat hij op de pickup legt. Dixieland jazz. Als ik later weer voorbij loop schalt er disco uit de speaker. Achteraf heb ik spijt dat ik geen vraag wist te verzinnen.

Een rouwwagen glijdt voorbij: een coupé, graffitiaans beklad, trekt met ronkende motor een Kipcaravan bedekt met een zwart doek. Op het dak wapperen twee butoh-silhouetten met een lange zwarte vlag.

Het is een eigenlijk een beeldenroute. Met veel vuur. Een buitenmaatse vogelkop met glasinloodramen – in zijn binnenste fikt het. Wat er heel mooi uitziet door die glas in lood ogen. Die hele sfeer van vlammen in, op of uit aftands metaal is door het gehele gebied heen aanwezig. Op de togen twee lavalampen van anderhalf meter hoog elk, of vuurspuwende draken. Hier en daar op het omvangrijke terrein metershoge robotachtige insecten, soms verscholen in het groen, brand die om zich heen grijpt op het ritme van een bonzend hart en die een gedaante poogt vanaf het dak te blussen met emmers water – de druppels verwaaien in de storm als golven nevel van miljoenen briljantjes. Een apotheose van brandend materiaal à la Big Bertha van vuurkunstenaar Erik Hobijn, Jean Tinguely-achtige vlammenwerpende machines, harpijenkreten, fluostaafjes. Les feux de la Saint Jean, maar dan anders en twee weken te vroeg.



Het is vuur en het is theater. Het is theater en het is acrobatiek. Het is acrobatiek en het is opera. Het is opera en het is beeldende kunst. Een band speelt in een kamer op de derde verdieping van het grote gebouw, waarvan de buitenmuren zijn weggevallen en die in rood licht is gehuld: een originele orkestbak. Ze begeleiden acteurs die langs een 15 meter hoge vervlechting van ijzeren tongen klimmen. Een vrouw zingt postmoderne aria's. Een andere daalt van een dik touw als van een paal. Zij heeft gewone kleren aan, een cargobroek en een trui: dat herlocaliseren van de paaldans, dat ontsexualiseren daarvan is een trend. Een drietal schimmige Rapunzels gooit hun trossen haar over de rand van het dak heen, zo het brandende pandemonium in dat beneden woedt, langs de muur waarop apocalyptische projecties plaatsvinden: je verwacht dat iemand erin gaat klimmen. Maar nee. De celliste die opeens op een platform langs de gevel optreedt heeft gewoontjes de binnentrap genomen.

Aan de inwendige mens is veelvuldig gedacht. Tig cateringwagens staan her en der opgesteld met allerlei al dan niet originele spijzen. Het bier aan de tap kost 2 euro en is verrassend goed. Onze neuzen worden getrokken door een pluim geur van gebraden vlees. We kopen een hamburger en zetelen ons om een grote kom van oud metaal waarin pijnboomhout ligt te smeulen. De hamburger is onverwacht lekker. Verrukkelijk zelfs. Lekkerder dan bij Elzas of de Burgermeester, lekkerder dan de mijne.

Als het bier geloosd moet worden checken wij de toiletten. De grond eromheen wordt bespoten door onkruidverdelveraars in radioactieve pakken. Waar heb ik dat ook weer gezien? In Gent vorig weekend! Bij het festival Zaradi Tebe. Daar waren de wc's echter van superieure (eco) kwaliteit: je behoefte belandde in een vat zaagsel, dat later nog eens als mest werd gebruikt: na twee dagen extreem gebruik rook het er nog als de billen van een boreling die net uit bad komt. Voor de mannen was er een plasgoot. Zo'n vernuft van eenvoud: je vraagt je af waarom die er niet vaker zijn. Hier zijn de drie of vier monstrueuze gevallen van plastic aangerukt die je tegenwoordig overal ziet.

Het festijn gaat door tot de zon opkomt: het is ook de laatste Robodock ooit. De bands beginnen pas om 1 uur: dat is expres, om de ouwe knarren weg te krijgen voor het feest echt begint. We wachten daar niet op. Een act aan de achterkant van het gebouw is zo slecht dat we spontaan besluiten huiswaarts te keren. Die act doet me genadeloos denken aan Obelix die in Rome in een theatergezelschap terecht komt, en die, als hij onvoorbereid moet optreden, aan de regisseur vraagt wat hij moet doen. De regisseur antwoordt dan: “Doe maar wat. Maakt niet uit wat.”

Buiten de hekken draaien de wieken van de rij windmolens op volle toeren. In hun hart brand een felrode projector. Ik denk “Wat een mooi beeld!” tot ik me realiseer dat het niet bij de expo hoort. In de nacht blinkt een olieplatform. Een olieplatform. Op de volle grond. In het Verre Westen. Hebben we dat? Ik beloof mezelf om dat morgen op te zoeken.
img: Mrtn van der Horst


Gepubliceerd op Nurks en AT5.nl
Tags: Amsterdam

- Aanraders -

Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg

In haar afscheidscolumn in het Parool vraagt Mette te Velde zich af waar de excentriekelingen zijn gebleven die in de jaren '80 het centrum van Amsterdam opfleurden. Ik heb het antwoord op deze vraag. Het is er een die zeer pijnlijk is om te horen, en moeilijk om te uiten zonder voor racist te worde...

(lees meer)

Reuzin

Nederlandse meisjes lopen er vrij bloot bij. Décolletés, topjes met spaghettibandjes, broek op de heupen waar een string uit piept, korte rokjes op ellenlange benen. Gedeeltelijk valt dit te verklaren uit het gebrek aan taboe's onder de Nederlandse bevolking. Maar in de tram vanmiddag, kijkend naa...

(lees meer)

Hangjong

In de NRC van 15 januari 2010 een paginagroot artikel over Fatima Lamkharrat, een Rotterdamse met Marokkaanse roots die haar steentje bijdraagt aan begrip tussen de verschillende bevolkingsgroepen die Rotterdam-Noord rijk is.Niet elke buurt heeft zijn Fatima Lamkharrat. De onze niet, bijvoorbeeld, w...

(lees meer)

Niqaab

Op de eerste lentedag van het jaar loop ik door Park Frankendael. De zon is wakker geworden na maanden zwijgen; hij verwarmt de natuur die ontwaakt in een kakofonie van vrolijkheid. Een moedereend heeft al drie kuikentjes, die zich, onwennig jegens de wereld, tegen hun moeder aan vlijen. In het moer...

(lees meer)

Scooters

We hebben een scooterprobleem in de stad. We hebben stoepen voor de voetgangers, fietspaden voor het ongemotoriseerd verkeer, en wegen voor de auto's. Geen verkeersstrook voor de scooters. Scooters gaan sneller dan fietsen en langzamer dan auto's: dat schept gevaarlijke situaties. Op de fietspaden v...

(lees meer)

AT5

De toekomst van AT5 is ongewis. De financiën willen maar niet rond. De stad Amsterdam moet bezuinigen en integere zakenpartners (die zich niet met de inhoud bemoeien) blijven schaars. Het is verschrikkelijk, want AT5 is een moordzender en hoort bij Amsterdam als de Blauwe Brug of de Albert Cuyp....

(lees meer)

De toerist

Is Amsterdam goed voor de toerist? Nee. Het is er druk en bruusk. De toerist wordt om de haverklap van de sokken gereden door fietsers met veel haast in nauwe straten met nauwelijks een stoep of voetgangers botsen frontaal tegen ze aan. In plaats van excuses krijgt de toerist een boz...

(lees meer)

Chimp-agressie

Zaterdag werd ik op straat voor mijn deur ernstig toegetakeld.Weliswaar had ik het over mij af geroepen, maar de agressor had een ultrakort lontje en is volledig buiten haar boekje gegaan (ja het was een zij). Ik was thuis de terugkomst van mijn dochter aan het voorbereiden. Ik dekte de tafel...

(lees meer)

Pianola

Bent u ook zo iemand die zich niet wezenloos lacht bij het zien van Chaplinfilms? Een bescheiden lachje, ja, maar bulderend, over de vloer rollend? Nee? Dat komt doordat u niet in het Pianolamuseum voor een "Film en pianola" voorstelling van Yvo Verschoor was, en niet eerst een komisch pornofilmpje ...

(lees meer)