Kraken (3): Ontruiming

24 Oktober 2010



Aan de jeugdidylle, het walhalla van het jonge leven, het puberparadijs moest wel een eind komen. Wij, de krakers van het Rijkskledingmagazijn aan de Conradstraat, werden gedoogd door de gemeente, en dus ook door de eigenaar, het Rijk. In de jaren tachtig woedde er een enorme werkloosheid onder jongeren. Je kan je dat heden ten dage niet meer voorstellen, maar tien jaar lang zag je in de Kalverstraat geen briefjes meer hangen met ‘verkoopster gezocht’. Er waren geen banen, zelfs de lulligste niet. Ik, hoogopgeleid, vloeiend Japans, Engels en Frans sprekende en schrijvende, kwam nergens anders aan de bak, dan als naaktmodel voor schilders. Zelfs in restaurantkeukens werd je weggestuurd. Er werd gevochten om zwarte schoonmaakbaantjes à 5 gulden per uur. De stad was dus al lang opgelucht dat honderden van die werkloze jongeren lekker met kunst bezig waren, en geen stennis schopten. Een quid pro quo als het ware. Zolang de ruimte niet nodig was konden wij onze gang gaan.
 
Rond 1986 sijpelden de eerste verontrustende berichten vanuit het bestuur naar ons, de huurders van de ateliers. Het Rijk had het pand overgedragen aan de Gemeente, die zou er woningen bouwen. We moesten eruit.
Ik ging te rade bij mijn toenmalige vriend Kees Hoekert, op De Witte Raaf, zijn woonboot aan de Wittenburgergracht::
- Wat kan ik doen? (moet ik in steenkolen Nederlands hebben gezegd)
- De gemeente zal jullie uitnodigen voor een raadsvergadering. Daar moet je iets ludieks doen.
- Ludieks? Wat is ‘ludieks’?
- Iets dat de aandacht trekt. Iets dat de TV wil filmen. Alleen de media kunnen jullie redden.
Dagen heb ik nagedacht over wat ludiek was. Wat kon ik doen dat de moeite waard was voor de media? Ik dacht en ik dacht en ik dacht, en opeens had ik hem. Een kip! Ik moest met één van mijn 30 gehandicapte witte kippen naar binnen. Ik moest aandacht vragen voor mijn boerderij, ik moest laten zien dat er niet alleen stoere gozers in het pand woonden, maar dat het een dorp was geworden, waar kinderen geboren werden en allerlei dieren leefden (naast de nodige katten en honden, mijn ezelin en 30 gehandicapte kippen, scharrelde er ook een biggetje rond).
- Een kip pakken ze je bij de ingang af.
- Dan zorg ik dat ze hem niet vinden.
Kees vond dat idee grandioos en ook frappant want hij had zelf 20 jaar eerder toevallig ook ‘iets ludieks’ met een witte kip gedaan, namelijk zijn hen Eibetje naar de koets van het kraakverse koningspaar gegooid. Met mijn witte kipactie bleek ik mezelf zonder het te weten naadloos in de traditie van mijn toenmalige vriendenkring te schrijven, van Kees, maar ook van de Provo’s, die immers ook iets met witte kippen hadden. Weliswaar niet de Provo’s met wie ik omging, want Auke Boersma van het Witte Kippenplan kende ik uitgerekend niet, maar toch. Frappant, ja.
 
Terug naar mijn atelier vond ik een lap rubber: ik naaide er vier haken aan. Zo kon ik hem om mijn middel heen draperen. Vervolgens liep ik naar buiten naar het kippenhok en pakte een hoen. Ik propte de kip tussen rubberen riem en buik. Zij protesteerde hevig. Dus haalde ik haar er weer uit. De volgende dag probeerde ik weer, en de dag daarop, en zo voorts en zo verder. Ze ging eraan wennen, sukkelde in slaap zodra ze in de warme buidel lag. Avond aan avond heb ik in mijn atelier rondgelopen met mijn kip tegen mijn lichaam. Op den duur gaf ze helemaal geen kik meer. Het zag eruit alsof ik zwanger was, en zo voelde het ook van buitenaf: een gladde oppervlakte met een grote uitstulping erin, die heel goed een foetus kon wezen. Mijn plannetje liep gesmeerd. De raadsvergadering naderde, ik was klaar. Ik ging een poging wagen om ons op de agenda te zetten.
 
Ondertussen zaten de krakers niet stil. Het waren geen ‘gewone’ krakers, maar kunstenaars. Die hadden praatjes, en contacten. Ze gingen ‘lobbyen’ bij politici en raadsleden – ook een woord dat ik toen heb geleerd. Om de haverklap kwamen er van die lui het terrein opgedraven, die gewonnen moesten worden voor de zaak: het behoud van het ateliercomplex dat zijn waarde op kunstgebied dubbel en dwars had bewezen. Aardig wat die gasten deden alsof dat in hun straatje paste, dat behouden van die zeldzame woonwerkruimtes, waardoor de krakers hoop kregen.
 
Tussendoor viel het zwaard op mijn hoofd: ik werd geroepen door het bestuur. Ik moest verschijnen op een grootscheepse vergadering. WTF? dacht ik. Al gauw kwam de aap uit de mouw: mijn toenmalige scharrel – een kunstenaar uit het complex – vond het niet goed dat ik de raadsvergadering ging verstoren, en had mij verklikt bij de kraakpandautoriteiten. Ik werd op het matje geroepen. Op de dag van de vergadering bond ik mijn kip weer vast in zijn rubberen buidel, en begaf ik me naar beneden, naar de immense zaal waar 90% van de bewoners aanwezig waren. Mij werd gevraagd wat ik in mijn schild voerde. Ik klom op een tafel, pakte mijn kip bij de poten, haalde haar tevoorschijn, zwaaide er even mee, en vertelde – nog steeds met mijn 3 woorden Nederlands – wat ik bereikt had en wat ik van plan was. Ik werd genadeloos teruggefloten. Het bestuur legde een verbod op de uitvoering van mijn voornemen. Ze waren goed op dreef via de diplomatieke weg, tal van raadsleden steunden ons, het was niet het moment om ze tegen ons in het harnas te jagen. Morrend gaf ik gehoor aan het bevel, en bemoeide me verder nergens meer mee. Al gauw verlieten mijn ezelin, mijn kat, mijn kippen en ik het zinkende schip.
 
Tijdens die raadsvergadering werden ze de pan ingehakt. Krakers, moet u weten, zijn niet de intelligentste soort op aarde. Krakers zijn zelfs zo dom, dat ze hardnekkig blijven bestaan.
 
In 1988 begon de exodus: alles wat lieftallig was vertrok, met kinderen en dieren. Een aantal ging naar het graansilo op het Westelijk Havengebied, de anderen stichtten een nieuw kunstenaarsdorp bij het Nieuwe Meer. In juli 1988 werd de voormalige kazerne door de ME ontruimd. Ik heb me naar de Oostenburgergracht gesleept om op veilige afstand toe te kijken hoe enkele die hards die ik nog nooit had gezien de panden spectaculair lieten fikken. Ik keerde echter spoedig naar huis: ik was hoogzwanger.
 

Foto's op http://www.sirdarkgreen.com/conradstraat-amsterdam.html
Dit verhaal is al eens door Nurks geplaatst.

- Aanraders -

Kraken (2): Lepra

In het kraakcomplex op de Conradstraat, een voormalig magazijn van het leger, was er, naast de kinderboerderij, de expositieruimte, het café en het restaurant, ook een gezamenlijke badkamer. Voor 200 man. Waartussen een notoire junk zich bevond die, halverwege dit epos, de eerste hiv-pati&eum...

(lees meer)

De ezelin

Eenmaal uit de Conradstraat bracht ik mijn ezelin en mijn 30 gehandicapte kippen onder tegenover een andere mastodont van het Rijk: de Oranjekazerne aan de Sarphatistraat. Daar aan de overkant, langs een water dat in de bocht, gelijk een beek, een zacht begroeide oever had, bevond zich in di...

(lees meer)

Kraken (1)

Ik heb volop meegedaan met dat kraken. In de vroege jaren ’80 was kraken voor jongeren ongeveer wat twitteren nu is. Het was mieters. Ik woonde in die tijd half in Parijs waar je ook kraakpanden had, maar die waren zo erg dat je wel desperaat moest zijn wilde je je daar naar toe b...

(lees meer)

FemEnisme

Immigratie en feminisme. Die twee zijn voor mij verbonden. Vrouwen hebben zich in West Europa de afgelopen eeuw met veel moeite weten te emanciperen. Stemrecht voor vrouwen is er in NL pas sinds 1919 (in Frankrijk sinds 1944!). Tot de jaren dinges mochten getrouwde vrouwen hun bankzaken niet zelfsta...

(lees meer)

Del

Waar hebben we moeite mee tegenwoordig? Met de traditionele frustraties die plattelandsemigranten met zich meebrengen naar moderne steden. Een idee van mijnheer Oud Zeikwijf: wis het geheugen van de immigrant bij het passeren van de stadsgrenzen. Nix geen klaxoneren meer bij elke trouwerij: je we...

(lees meer)

De Jaap Edenbaan

Het is winter. Wat doe je in Nederland in de winter? Je schaatst.In Amsterdam doe je dat op de Jaap Edenbaan. Jij doet dat. Ik niet. Vroeger wel hoor, volop. Twee jaar geleden wierp ik de handdoek in de ring: "Nooit meer." En ik hield moeiteloos woord, terwijl schaatsen mij een zeer dierbaar tijdver...

(lees meer)

Guantánamo

Wat te doen met de gevangenen van Guantanamo Bay nu ze daar weg moeten? In het bijzonder: wat te doen met de Libiër waarvan de rechter oordeelde dat hij 8 jaar onschuldig vastzat? Loslaten in de natuur? Wat zou u doen als u 8 jaar onterecht in de nor had gezeten, en op gruwelijke wijze was gema...

(lees meer)

11-9

Nine eleven: what a waste. De gasten die die aanvallen bedacht hebben hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Was dat wel het geval, dan hadden ze op tijd geweten dat Amerika spoedig geen issue meer is. Amerika is op weg naar zelfdestructie. Met voedsel. Amerika eet zichzelf to death. Hun conclusie aa...

(lees meer)

Het pillenbedrog

Recensie Het Pillenbedrog https://blendle.com/…/het-pillenbe…/bnl-trn-20151107-5344279 Essay — Revolutie tegen de farmareuzen / PETER GØTZSCHE / Peter C. Gøtzsche (1949) werkte als biochemicus en artsenbezoeker voor wwn pillenfabricant. "Zes tips: wat je als patiënt kunt do...

(lees meer)