Het rozenblaadje

13 Mei 2014



Na dagen van onophoudelijke regens blijkt de zon te schijnen. Leuk! denk ik, en ik besluit de weg naar werk te belopen. Goed voor de botten, de spieren, de longen en de geest.
 
In zo'n geval heb ik mijn aangename routes: loomrijke paden langs de gracht, eendjes en zwanen. Ze zijn zeldzaam, de wandelroutes in het centrum van de grote stad, maar ze zijn er nog, voor wie daar naar wil zoeken, en er de omweg voor over heeft. Ik vertrek dan een kwartier eerder - dat is het tijdsverschil met het OV. Als ik de fietsfanaten verkrampt zie sjezen in de spits realiseer ik me dat hún tijdsverschil gemeten wordt in luttele minuten. Hun verschil tussen relaxed forenzen en gestress.
De gekozen route hangt af van het weer. Bij regen heb ik een netwerk van wegen met zoveel mogelijk overkappingen; in de zinderende hitte, schaduw.
 
De tocht brengt mij langs de oevers van een lieftallig grachtje bewoond door een flottielje Amsterdamsche eenden en 7 ganzen (5 genten en 2 ganzen om precies te zijn). Sinds de lente hebben zich exoten (een paar Nijlganzen) hier bevestigd. Ze hebben zelfs een nest weten groot te brengen. De takken van een reuze treurwilg aaien onnadenkend het wateroppervlak. Aan mijn rechterzijde werpt een rozenstruik zich half op het trottoir – zij hangt een beetje uit haar voegen. Enorme bloemen. Oud paars. Ik stop en ruik aan één van die joekels. Verrukkelijk! 'Wat hebt u mooie bloemen, en wat ruiken ze heerlijk.' zeg ik hardop tegen deze hardwerkende, bewortelde dame. Opeens ligt er een klein blaadje in mijn handpalm. Ik wil het weggooien maar iets houdt me tegen: het besef dat die rozenstruik dit blaadje in mijn hand heeft laten vallen. Het is een cadeau. Een bedankje voor de aandacht en het compliment.
 
Ik loop verder, met het blaadje. De weg vervolgt zich, met alle dingen die er te zien zijn. Opeens komt dat blaadje weer in mijn hoofd, en de betekenis ervan. Het is niet zomaar een cadeau, het is een aandenken. De rozenstruik heeft mij een aandenken gegeven, opdat ik me haar later herinner.
 
Het blaadje ligt nog steeds op mijn bureau. Als de akeligheden van het leven mij overvallen en met hun grijze tentakels mijn geesteswereld dreigen te verstikken, kijk ik ernaar en zie ik en ruik ik die mooie rozenstruik. Een beter cadeau heb ik nooit gehad.

 
 
PS: loomrijk is expres zo geschreven. Ik hou niet van lommerrijk, dat mij doet denken aan de lommer en niet aan mooie bomen op een zomerdag.