Broodje

8 Januari 2013



 
 

Ik kwam net van ziekenbezoek bij Fabiola in het OLVG en was niet in opperbeste stemming. Het stelselmatig verdwijnen van alles wat apart was aan Amsterdam is mij een doorn in het oog. In het geval van Fabiola is het de natuurlijke gang van zaken, maar voor de rest... Hoe kun je het als gemeente van één der knotsgekste hoofdsteden van de wereld toestaan deze te laten verworden tot de burgerlijke middelmaat? De drang om te conformeren aan het buitenland wint het wellicht van pioniersdrang en kunstzinnige zin, of is het angst voor onregelmatigheden? Ondertussen tiert de (straat)criminaliteit welig, terwijl de schwung van de afgelopen decennia er finaal af is.
 
Aldus mijmerend en mopperend kwam ik bij het souterrain aan de Nieuwe Herengracht waar poëet Bert Schoonhoven zijn Amsterdam Outsider Art Gallery heeft. Zaterdag was het, en ouwe punkert Broodje opende er zijn expositie. Geen schilderijen of beelden, neen, want Broodje is tegenwoordig stylist. Hij maakt kunstwerken van punkkleding. Broodje, die kent u vast wel. Die lange, vrolijke kerel met fluoriserend haar: knalrood, zuurstokroze, geel, blauw of groen en niet zelden allemaal tegelijk, die anno 2013 nog steeds in vol punkornaat rondloopt.
 
 
Langzame kreten op een spaarzame trommel verwelkomen mij als ik de galerie betreed. Ze blijken geuit door niemand minder dan Johnny Rotten toen hij na de Sex Pistols in de band PiL zat, al deed het me meer aan New Wave dan hardcore punk denken.
 
'Broodjes Kledingstyle' heet het label. Hij construeert kleding in de 'Do It Yourself' (afgekort DIY) spirit van het Londen van de jaren '80, waaruit ook Vivienne Westwood haar inspiratie opdeed. Er is het rek met confectie (een serie overhemden à 25 piek) en de afdeling Haute Couture: voornamelijk colberts, unieke exemplaren, collector items. Prachtige vesten zijn het: met sjabloonletters erop gespoten ('I wasn't born with enough middle fingers'), met applicaties erop genaaid of plastic afzetlintjes uit de bouw ('Geen toegang, asbest'), met de onvermijdelijke kettingen en spelden, maar ook minder voor de hand liggend gerei zoals papierklemmetjes en ander kantoorspul. Zo nu en dan een bril in de borstzak gestoken, niet zelden een forse ketting om de nek waaraan een buitenmaatse Jezus aan een even buitenmaats kruis bungelt. Het is punk met een knipoog.
 
Van Fabiola tot Broodje. Had ik niet nog zo'n extravagante vogel voor mij dan? Zo eentje die het straatbeeld opfleurde? Even was ik gerustgesteld: ze zijn er nog. Maar aldra volgde de ontgoocheling: Broodje verfraait het straatbeeld al een jaar niet meer. Hij is gevlucht voor de pesterijen van een nieuwe slag Amsterdammers die geen respect kunnen opbrengen voor zijn slag curieuze schepsels – voor ónze slag curieuze schepsels zou ik moeten zeggen: ook ik ben belaagd door machootjes als ik in mijn ouwe kloffie op mijn bizare vlot kluste. 'Zwerver!' riepen ze me neerbuigend na. Mijn bizarre vlot moest na 25 jaar weg uit het opeens keurig geworden Amsterdam. Broodje woont nu vredig in Beverwijk waar hij zijn p