Biléa

9 December 2010



http://oudzeikwijf.com/images/M8XkYmyY2sSk.jpg

Eenmaal aanbeland in de stad van mijn dromen bleek de recessie in dat jaar 1984 flink huis te hebben gehouden. Geen baan te bekennen. Na een jaar vruchteloos gesolliciteer en gezwaai met universitaire diploma’s berustte ik in het besef dat meer dan een paar uur per week schoonmaken en model staan op de Kunstacademie er niet in zat. Ik ging over tot nuttiger bezigheden. Zoals het botvieren van mijn lang onderdrukte Pippi-Langkous-syndroom. Te beginnen met een ezel. Ik wilde een ezel. In de stad.

Van de veemarkt in Purmerend, had ik per brief het telefoonnummer gekregen van een boer uit Broek in Waterland, die een ezel te koop had staan. Ik belde hem op vanuit de gifgroene telefooncel op Kattenburg. Het bleek een ezelinnetje te zijn. Ze stond nog bij haar moeder toen ik haar op een dag kwam halen.

Vanuit de bushalte liep ik naar de boerderij, wat nog niet meeviel want het was een eind waarop ik me vreselijk had verkeken. De boer stond voor de deur te wachten: ‘Waar is je trailer?’ vroeg hij. Trailer? Ik kom toch een ezel kopen? Dan ga ik toch rijdend op haar rug terug? Hij lachte van achter zijn voortanden en wees mij het paar in de wei: moeder en dochter. Ik mocht de dochter hebben. Ik schoof 6 biljetten van 100 gulden, het salaris van zes maanden poseren – alles wat ik bezat – in zijn hand. De koop was beklonken.

Hij bond een stuk touw aan het halster van de ezelin en gaf me het uiteinde. Ik maakte aanstalten om het pad weer op te gaan, maar dat ging niet: het ezelinnetje weigerde haar moeder te verlaten. Ik trok en ik trok. Geen beweging in dat beest te krijgen. De boer was ondertussen naar binnen om zijn geld te tellen en bleek niet van zins mij een handje te helpen. De uren verstreken, de zon begon zijn dalende koers naar de einder. Ik stond nog steeds op het boerenerf aan dat touw te trekken, en mijn handen begonnen te bloeden. Stukje bij beetje lukte het me Biléa (want zo had ik haar genoemd, naar Bileam uit de Bijbel met zijn ezel die kon spreken), een paar meters richting de uitgang te laten glijden. Toen de nacht viel was ik halverwege.

Ik stopte en dacht na. Wat moest ik doen? Verderop stond nog een boerderij. Ik liep er naar toe en vroeg om de telefoon. Ik belde Barend van Stichting Vlotwezen op de Nieuwe Vaart. Bij Vlotwezen hingen elke middag (en het gros van de nacht) jongelui van allerlei pluimages voornamelijk te klussen aan boten, onder het goedwillend oog van Barend, een voormalige Duitse ondernemer. Bij Vlotwezen hadden ze allerlei machines, en zelfs een trekker. Wie weet, konden ze ook een ‘trailer’, wat dat ook mocht zijn, regelen. Van Barend moest ik op die vriendelijke boerderij blijven wachten. Ze gaven me daar ongetwijfeld een kommetje soep, dat ik me van de zeneuwen niet meer kan herinneren.

Tegen een uur of tien hoorden wij het geluid van een motor. De helft van het team van Vlotwezen was in een auto gesprongen, met erachter een aanhangwagen. Hoe ze aan die combinatie kwamen is tot op heden een raadsel. Mij kon het niet schelen: de oplossing was er, we kregen Biléa in de stad.

‘Waar moet ze naar toe?’ vroeg Barend terwijl we de weg opreden. Goede vraag. Mijn ongebreidelde enthousiasme had me belet na te denken over triviale kwesties zoals vervoer en habitaat. ‘Vlotwezen?’ opperde ik. ‘Maar we hebben geen schuur waar ze in kan,’ antwoordde Barend. Dat vond ik flauw. Ezels hebben geen schuur nodig, dat wist toch iedereen. Ezels waren wilde dieren, die op de onbewoonde toppen van woeste koude bergen leefden. Ze aten drie keer nix, werkten hard, en overleefden de barste omstandigheden. Een schuur! Hoe kwam hij erop!

We bonden Biléa aan een touw voor de nacht. Tegen de ochtend bleek het idee van een schuur zo gek nog niet. Biléa had de hele nacht gebalkt. Niemand had een oog dichtgedaan. Zo kwam er een schuur voor Biléa op het terrein van Vlotwezen, en zo begon de geschiedenis van Biléa op de Oostelijke Eilanden.


Eerder op Nurks gepubliceerd.

- Aanraders -

De ezelin

Eenmaal uit de Conradstraat bracht ik mijn ezelin en mijn 30 gehandicapte kippen onder tegenover een andere mastodont van het Rijk: de Oranjekazerne aan de Sarphatistraat. Daar aan de overkant, langs een water dat in de bocht, gelijk een beek, een zacht begroeide oever had, bevond zich in di...

(lees meer)

Floor

Floor van der Wal, comédienne, mooi, slim, vrolijk en grappig. Ik zie haar nog voor me in Toomler: "Normaal ben ik spastisch maar nu ben ik gewoon dronken!" Dat bezoek aan Toomler was het verjaardagscadeau van mijn oudste zoon. We hadden even op hem moeten wachten, maar hier kwam hij binnen lope...

(lees meer)

De Indiaan

Van alle leuke gekke vrienden is er niemand die ik meer erkentelijk ben dan Erdwin Spits.Ik ontmoette Erdwin in 1983 toen ik voor het eerst voet zette in Amsterdam, op de boot van wie later een van de grote liefdes van mijn leven zou worden. Hij zat aan de tafel een shaggie met wiet te draaien. De ...

(lees meer)

Broodje

Ik kwam net van ziekenbezoek bij Fabiola in het OLVG en was niet in opperbeste stemming. Het stelselmatig verdwijnen van alles wat apart was aan Amsterdam is mij een doorn in het oog. In het geval van Fabiola is het de natuurlijke gang van zaken, maar voor de rest... Hoe kun je het a...

(lees meer)

Fabiola is dood

Vannacht is Fabiola overleden in Sint Jacob. De flamboyante Fabiola, levend kunstwerk, Marie de la Nuit, Cinderella, La Reine de Paris, Fabiola di Atlantis, voormalig boegbeeld van de nachtburgemeesters van Amsterdam, is niet meer onder ons. Vier decennia was Fabiola (Peter van Li...

(lees meer)

Bijzondere Amsterdammers: Daniël Groen

Ik heb gekke figuren ontmoet in mijn leven maar er is er eentje die de wedstrijd met een kilometer voorsprong wint, eentje die de vlag op de Everest mag planten: Daniël Groen. Daniël Groen vond zichzelf geniaal. Hij kon aardig schilderen (had een of andere kunstacademie gevolgd) en was zo gek a...

(lees meer)

Magies

De dood is een komeet. Haar staart maait in het rond. Momenteel in mijn vroegere kring. Eerst trof zij Thea, dan Arthur, en spoedig Jasper. En nu Bleke Simpie. Ik fietste door een Jasperloos Amsterdam: het voelde alsof ik hier niet meer hoorde. Alsof hij werkelijk de Magiër was die mij aan A...

(lees meer)

De Reagering (1)

Woord vooraf van de Nurksredactie: In 1982 deed de Reagering mee aan de gemeenteraadsverkiezingen van Amsterdam. Lijsttrekker van de Reagering was Mike von Bibikov, een ex-reclameman met een charisma waarmee je doden kon wekken. Gewapend met een klappertjespistool en een megafoon overrompelde hij A...

(lees meer)

De Nachtwacht

Elmiro In het Parool stond 16 juni 2011 een ingezonden brief met als titel: Heden te koop: ‘De Nachtwacht’ waarin uit de doeken werd gedaan hoe uit de de huidige culturele malaise te komen: Als de regering Rutte het zo nodig vond Amsterdam te doen bloeden voor zijn bezuinigingswoede op de kunst...

(lees meer)